Betoled - LED Schermen & Digital Signage
Home Over ons Producten Overzicht diensten ↳ Service en onderhoud ↳ Scherm kopen ↳ Scherm huren ↳ Mobiele schermen ↳ Etalageschermen Transparante schermen ↳ LED Scoreborden ↳ Stoepborden & Buitenzuilen ↳ Slimme Schermen - BETOLED Sense ↳ BETOWARE Cloud Software Sectoren ↳ Sport ↳ Retail ↳ Horeca & Hospitality ↳ Overheid & Steden Blog FAQ Wat kost een LED scherm? Contact Vraag offerte
Terug naar blog

19/8/2026

Stroomverbruik van een LED-scherm: wat kost het écht per jaar?

Bij de aankoop van een LED-scherm gaat vrijwel alle aandacht naar de aanschafprijs. Begrijpelijk: dat is het bedrag dat op de offerte staat en dat door de zaakvoerder getekend moet worden. Maar een gevelscherm dat tien jaar meegaat, verbruikt in die periode stroom voor een bedrag dat al snel oploopt tot een substantieel deel van de investering. En anders dan de aankoopprijs is dat een kost die elke maand terugkomt. In dit artikel legt BETOLED uit hoe u het verbruik van een LED-scherm realistisch inschat, waarom de cijfers op datasheets misleidend zijn, en met welke keuzes u de jaarrekening structureel drukt.

Piekvermogen versus gemiddeld vermogen

Op elke datasheet staan twee getallen, en wie ze verwisselt, rekent zich rijk of arm.

Het piekvermogen (max. power) is wat het scherm verbruikt wanneer elke led op volle helderheid brandt — dus bij een volledig wit beeld op maximale luminantie. Voor een outdoor scherm ligt dat typisch tussen 600 en 900 watt per vierkante meter.

Het gemiddelde vermogen (average power) is wat het scherm in de praktijk trekt bij normale content. Dat is meestal ongeveer een derde van het piekvermogen: reken op 200 tot 300 watt per vierkante meter voor outdoor, en 120 tot 200 watt voor indoor schermen met een lagere helderheid.

Dat verschil van factor drie is geen marketingtruc, maar fysica: gemiddelde beeldinhoud bevat nu eenmaal donkere zones, kleuren en beweging waarbij zelden alle drie de subpixels tegelijk voluit branden. Wie zijn energiebudget op het piekvermogen baseert, overschat de kost fors. Wie zijn elektrische installatie op het gemiddelde vermogen dimensioneert, komt bedrogen uit — de bekabeling en de zekering moeten wél de piek aankunnen.

Een rekenvoorbeeld dat u kunt naschrijven

Neem een outdoor gevelscherm van 6 m² (3 × 2 meter), zoals u er langs een invalsweg of op een winkelgevel aantreft.

  • Gemiddeld verbruik: 6 m² × 250 W/m² = 1,5 kW
  • Bedrijfstijd: 18 uur per dag, 365 dagen per jaar = 6.570 uur
  • Jaarverbruik: 1,5 kW × 6.570 u = circa 9.900 kWh

Bij een professioneel tarief van 0,25 euro per kWh komt dat neer op ongeveer 2.475 euro per jaar, of ruim 200 euro per maand. Over een levensduur van acht jaar praat u over zo’n 20.000 euro aan elektriciteit — voor veel schermen van deze afmeting in dezelfde grootteorde als de aankoopprijs zelf.

Datzelfde scherm indoor, met 15 uur bedrijfstijd en een gemiddeld verbruik van 150 W/m², komt uit op ongeveer 4.900 kWh per jaar. Ruim de helft minder, en dat verschil zit hem grotendeels in één specificatie: helderheid.

Waar het verbruik vandaan komt — en waar u kunt ingrijpen

Helderheid is de grootste hefboom. Het verband is bijna lineair: een scherm dat op 50 procent helderheid draait, verbruikt ruwweg de helft. Daarom is een automatische lichtsensor geen luxe maar een besparingsmaatregel. Een outdoor scherm heeft midden op een zonnige dag inderdaad 5.000 tot 6.000 nits nodig, maar bij bewolking volstaat de helft en ‘s nachts vaak minder dan tien procent. Een scherm dat 24 uur per dag op vol vermogen staat te branden, verbruikt makkelijk het dubbele van hetzelfde scherm met een deugdelijke automatische dimming — en oogt ‘s nachts bovendien verblindend.

Bedrijfstijd is de tweede hefboom. Draait uw scherm werkelijk 24 uur per dag zinvol? Voor een etalage in een winkelstraat is nachtelijke zichtbaarheid vaak wél waardevol: passanten zien uw boodschap wanneer de winkel dicht is. Voor een bedrijventerrein dat na achttien uur uitgestorven is, betaalt u dan voor publiek dat er niet is. Een eenvoudig weekschema in de speler bespaart moeiteloos een derde van de jaarrekening.

De content zelf telt mee. Een ontwerp met veel wit vlak — denk aan een witte achtergrond met zwarte tekst — verbruikt aanzienlijk meer dan hetzelfde bericht in omgekeerde vorm. Bij LED-schermen geldt namelijk het omgekeerde van papier: zwart kost niets, want een uitgeschakelde led verbruikt geen stroom. Een donkere huisstijl met heldere accenten is dus niet alleen rustiger voor de omgeving, maar meetbaar goedkoper.

Kwaliteit van de componenten. Voeding, driver-IC’s en led-chips verschillen sterk in rendement. Een goedkope voeding met 80 procent rendement verspilt een vijfde van de opgenomen energie als warmte; kwaliteitsvoedingen halen 92 tot 95 procent. Datzelfde geldt voor moderne “energy saving”-modules met een lagere aanstuurspanning, die bij gelijke helderheid tot 30 procent minder verbruiken. Die meerprijs verdient zich bij intensief gebruik doorgaans binnen enkele jaren terug.

De verborgen kost: koeling en warmteafvoer

Alle energie die een scherm niet in licht omzet, komt eruit als warmte. Bij een indoor scherm in een ontvangstruimte of vergaderzaal betekent dat een extra belasting voor de klimaatinstallatie — in de zomer betaalt u dus twee keer: één keer om het scherm te laten branden en één keer om de warmte weer weg te koelen. Voor grotere indoor installaties is dat een reële post die bij de dimensionering van de HVAC hoort mee te tellen.

Bij outdoor schermen zit de kost anders: daar draaien ventilatoren of airco-units mee die zelf ook verbruiken, en die bovendien onderhoudsgevoelig zijn. Fanless ontwerpen met passieve koeling verbruiken op dat vlak niets en gaan doorgaans langer mee, maar vragen wel een doordachte montage met voldoende luchtcirculatie achter het scherm.

LCD versus LED op het vlak van verbruik

Voor kleinere formaten — een etalagescherm, een menubord, een informatiezuil — is een professioneel LCD-scherm vaak zuiniger dan een LED-wand van dezelfde afmeting. Een 55-inch high-brightness LCD verbruikt gemiddeld 300 tot 500 watt, terwijl een LED-wand van dezelfde 0,75 m² bij vergelijkbare helderheid al snel in dezelfde orde zit of hoger uitkomt. Het verbruiksverschil is bij die formaten dus zelden doorslaggevend; de keuze hangt eerder af van levensduur, weerbestendigheid en de vraag of het scherm naadloos schaalbaar moet zijn.

Vanaf enkele vierkante meters kantelt de vergelijking: daar bestaat simpelweg geen LCD-alternatief meer, en is de vraag niet LED of LCD, maar hoe efficiënt de LED-oplossing is uitgevoerd.

Wat u moet vragen bij een offerte

  1. Wat is het gemiddelde verbruik in W/m², en bij welke helderheid gemeten? Een gemiddeld verbruik zonder bijbehorende luminantie zegt niets.
  2. Is automatische helderheidsregeling standaard inbegrepen? Vraag naar de sensor, niet naar de functie in de software.
  3. Welk rendement hebben de voedingen? Het verschil tussen 80 en 94 procent voelt u elke maand.
  4. Wat is het piekvermogen, en welke aansluiting is daarvoor nodig? Dit bepaalt de elektrische voorbereiding en kan een verrassende post op de installatiefactuur zijn.

Reken met de totale kost, niet met de prijs

Een LED-scherm is een investering die jarenlang meedraait, en de aanschafprijs vertelt maar een deel van het verhaal. Verbruik, koeling, onderhoud en levensduur bepalen samen wat het scherm u werkelijk kost — en juist op die posten lopen goedkope en degelijke installaties het verst uiteen. Een scherm dat 15 procent duurder is maar 30 procent zuiniger draait en twee jaar langer meegaat, is op termijn geen dure maar een goedkope keuze.

BETOLED rekent die totale kost graag met u door, van een enkel etalagescherm tot een volledige gevelinstallatie — zodat u weet wat er na de aankoop nog volgt.